|
Amsterdam Klezmer Band - Mokum
De Amsterdam Klezmer Band viert haar 15-jarig jubileum met hun 1000-ste concert én het nieuwe album MOKUM. De CD wordt op donderdag 19 januari 2012 gepresenteerd in Mokum’s beroemdste poptempel Paradiso. Dit is meteen de aftrap van een uitgebreide tournee door binnen- en buitenland. Hun ijzersterke live reputatie bevestigden de ‘Magnificent seven van balkan en klezmer’ eind oktober nogmaals in Kopenhagen waar ze een massa bezoekers van de Womex-muziekbeurs in extase brachten. Afgelopen mei won hun vorige album Katla (2010) de German Record Critics Award.
Op MOKUM staan 16 live-favorieten (15 + 1 bonus track) die onlangs voor een select publiek opnieuw zijn opgenomen in Studio 150 in Amsterdam. Enerzijds vertellen ze de geschiedenis van de band, anderzijds zijn het zeldzame tracks die tot voor kort moeilijk op CD verkrijgbaar waren. De hoogste tijd om deze nummers nu uit de kast te trekken en te voorzien van een nieuw randje met een frisse kick.
Sinds het ontstaan in 1996 is de Amsterdam Klezmer Band geëvolueerd tot een 7-koppige formatie en worden de heren - met hun onalledaagse kijk op het Klezmer genre - geroemd in de Europese Klezmer- en Balkan scene. De band kan zich nu gelukkig prijzen met een zeer enthousiaste achterban in Nederland, maar ook in de rest van Europa en zelfs in Brazilië! De band speelde meerdere malen in het prestigieuze Concertgebouw (Amsterdam), deed verschillende succesvolle theatertours en speelde op grote wereldmuziek en Joodse festivals als Ashkenaz Toronto, Jewish Music and Heritage New York, Folk Dranouter, Amsterdam Roots, Mundial, Ollin Kan Mexico City, Ariano Folkfestival en Dunya. Daarnaast speelde de band ook op de grote popfestivals als Lowlands en Sziget (Boedapest) en deed verschillende clubtours in Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Turkije en Zwitserland. Hun verfrissende benadering tot Klezmer en Balkanmuziek overstijgt de traditionele aspecten van deze muziek en resulteert in een zeer levendige mix van een Europese en Balkan sound. Ze hebben een manier gevonden om een zeer groot en gevarieerd publiek te bereiken, van jong tot oud, weten hoe ze een publiek moet laten losgaan en zorgen bovendien voor veel luisterplezier. Ook onder collega-muzikanten is de groep geliefd. Hun nummers worden regelmatig gecoverd en de remixes (van o.a. Shantel) zijn te horen in clubs van Sydney tot Berlijn.
Now here's a group I won't easily forget. Their extraordinary skills combined with their sense of composition stands for a sound unmatched by any other group I know. I'll vouch for them any day, AKB for life! - Colin Benders/Kyteman
Out of all the myriad groups taking apart and then rebuilding new repertoire out of klezmer and Balkan music, there can be no doubt that the Amsterdam Klezmer Band are one of the most accomplished bands around. Famed for their cooking live shows and ultra-tight horn section (.. ) pairing their dance floor- friendly licks with top DJs and producers, and allowing Yiddish music to really let loose in the global Gypsy dub revolution. - Songlines over het album ‘Zaraza’
Over Katla (2010) :
Trouw:“Je komt o.k. binnen en gaat k.o. weer naar buiten.”…”Katla verleidt en ontroert. De beste live band van Nederland musiceert als een vulkaan, als een overrompelende uitbarsting van energie en talent.”
Elsevier:…”Beetje Balkan, snufje Tom Waits, tikje Ska en Polka, gekruid met een overdosis energie.”
Jazzism:…”De Turkse, Macedonische, Roemeense en Bulgaarse ritmes melodieën blijven geworteld in het klezmeridioom van de band, die met dit album boven zichzelf uitstijgt.
Line-up
Jasper de Beer: double bass, guitaar banjo, achtergrond zang
Job Chajes: alt saxofoon, zang
Alec Kopyt: zang, percussie
Gijs Levelt: trompet
Joop van der Linden: trombone, percussie
Janfie van Strien: klarinet, achtergrond zang
Theo van Tol: accordeon
|
| |
 |
| |
|
Baloji - Kinshasa Succursale
Kinshasa Succursale is het tweede volledige album van Baloji. Het is meer dan een opvolger, het is een compleet nieuwe start voor de artiest. Oorspronkelijk geboren in Lubumbashi in het zuid-oostelijke deel van Congo, emigeerde Baloji met zijn vader op vierjarige leeftijd naar België. Na 24 jaar sprak hij voor het eerst met zijn moeder over de telefoon en wist vanaf dat moment dat hij terug moest naar Congo. Deze CD is het product van deze terugreis naar zijn vaderland.
Baloji maakte voor het eerst furore als boegbeeld MC Balo bij de Belgische hiphoptrots Starflam. In 2008 verraste hij vriend en vijand met zijn solodebuut Hotel Impala: deze werd afgesloten met de profetische woorden ‘I’m going home…'. Daarmee koos Baloji ervoor om zijn Congolese roots voor eens en altijd ‘in the picture’ te plaatsen. Op de nieuwe plaat Kinshasa Succursale gaat hij op zoek naar zijn persoonlijke band met zijn geboortegrond. Het album is grotendeels opgenomen in Congo, in de periode van de 50-jarige onafhankelijkheid van dit land. De schrijnende Congolese situatie komt uitgebreid aan bod in de kritische liedteksten van Baloji, maar muzikaal is het absoluut een ode aan zijn thuisland en Afrikaanse muziek in het algemeen. De rijke afwisseling van stijlen (rumba, mutuashi, soukous, ska, funk) is mede te danken aan de muzikanten die daar met Baloji samenwerkten: Konono nr. 1, Zaiko Langa-Langa, Royce Mbumba, La Chorale de la Grâce, Bebson de la Rue, Moïse Illunga en vele anderen. Naast de 13 nummers op dit album staan en ook een paar bonus remixen op: een met de underground electronic legende Débruit, en de andere gemixt door G77 met Blitz The Ambassador, Joya Mooi & Freddy Massamba, allen internationale spelers in de Afrikaanse scène. Het eerste nummer op deze plaat is meteen een hele bijzondere: met Le Jour d’Après / Siku You Baabaye (Indépendance Cha-Cha) maakte Baloji een update van wat wel het Afrikaans onafhankelijkslied wordt genoemd, te weten “Indépendance Cha Cha Cha” (1960) van Grand Kalle & L’African Jazz. De clip van Spike & Jones, opgenomen in een club in Kinshasa, overbrugt die veertig jaar in net iets meer dan drie feestelijke minuten.
|
| |
 |
| |
|
Esther Groenenberg - Overstroom
In 2008 scoorde Esther Groenenberg met haar “aanklacht” tegen het door de cosmetica-industrie neergezette schoonheidsideaal geheel onverwacht een enorme You Tube-hit met haar liedje Oh Meisje. Inmiddels is het clipje meer dan 1.4 miljoen keer bekeken. Esther was daarna veelvuldig te horen op de Nederlandse radio en tv en het nummer verscheen op haar debuut Slingers en Ballonnen (2010), waarna ze de Nederlandse theaters veroverde met het liedjesprogramma onder dezelfde titel. Op haar tweede album (en liedjesprogramma) Overstroom bezingt Esther opnieuw alles wat haar bezighoudt, opvalt en raakt. ‘Nederlandse popliedjes waarin ik écht iets wil vertellen’, of ‘Akoestische popliedjes met een randje’, zo omschrijft Esther haar muziek.
De prachtige arrangementen van de hand van Esther Groenenberg, Dirk Schreuders en Jonas Pap, Bert Pfeiffer, Mark Schreuders en Rutger Hoorn en de gastmuzikanten die hun medewerking verleenden verdienen absoluut een vermelding. Zo is bijvoorbeeld Bertolf Lentink te horen op dobro, lapsteel en pedalsteel, Jonas Pap op cello en Bert Pfeiffer op trombone en dat is pas een kleine selectie. Naast uiteraard Esther zelf (zang, piano, percussie, Fender Rhodes, Philicorda orgel) en de mannen waarmee Esther haar podium deelt; Dirk Schreuder (contrabas, basgitaar, akoestische en elektrische gitaren, autoharp, banjo, percussie, elka orgel, Fender Rhodes, mandoline, zang), Rutger Hoorn (drums, percussie), Dries Bijlsma (elektrische gitaren) en Micha Wink (hammond, toetsen, mellotrons). Vergeet ook niet de bijdragen van de elektrische tandenborstel, de kartonnen doos en het niet te missen Fries handklap’n. En hoewel de liedjes niet te vermijden thema's als liefde, afscheid en de angst te verliezen aansnijden wordt het geen moment clichématig. Esther Groenenberg houdt tekstueel knap een album lang de spanning vast en maakt veel indruk met bijvoorbeeld de prachtige countrysoulballad 'Liefde en missen' en de beklemmende afsluiter 'Doodgewoon'.
Met Overstroom maakte de Zwolse een album dat ze niet alleen moeiteloos naar het theater kan uitrollen, maar waarmee ze ook wel eens de overstap naar het popcircuit zou kunnen gaan maken.
|
| |
 |
| |
|
Maia Vidal - God Is My Bike
De 23 jarige Maïa Vidal maakt gebruik van violen, accordeon, gitaar, percussie, speelgoed instrumenten en haar eigen uitgesproken, ontroerende stem om haar unieke muziek te componeren en arrangeren. Ze mixt moderne, zelfverzekerde liedteksten met de sfeer van muziek uit vroegere tijden en neemt ons mee op een warme en eerlijke reis, die altijd gepaard gaat met een gevoel van algemene verwondering.
God Is My Bike, een fris en verbazingwekkend volwassen debuut album voor zo’n jonge artiest, is opgenomen in Barcelona. De Spaanse Gius Cobelli coproduceerde dit album en speelt ook trompet en drum. Hij werkte eerder samen met o.a. Lonely Drifter Karen. De welbekende gitarist Marc Ribot draagt ook zijn steentje bij op twee tracks (Le tango de la femme abandonnée en God is my bike). Hij stond eerder op het podium met grote namen als Elvis Costello, Tom Waits, The Black Keys e.a. Voor de rest van de instrumenten en natuurlijk ook de zang tekent Maïa zelf.
Dit is Maïa Vidal’s tweede album na Poison, een zelf uitgebrachte EP die ze had opgenomen onder de naam Your Kid Sister. Hierop stonden eigenzinnige interpretaties van punkliedjes van Rancid, een eerbetoon aan de liedjes die Maïa veel luisterde als tiener.
Maïa Vidal is geboren in Amerika en is half Frans, half Japans. Ze studeerde in Montreal, heeft de laatste paar jaren in Barcelona gewoond en is nu vooral heen en weer aan het reizen tussen Parijs en New York.
|
| |
 |
| |
|
Ana Lains - Quatro Caminhos
Ana Laíns wordt de afgelopen jaren door velen gezien als een van de grootste vertolksters van de Portugese muziek. Met haar nieuwste CD Quatro Caminhos (vier wegen) toont ze nogmaals dat ze zich echt bij de gevestigde muzikale orde mag voegen. Ondertussen is ze niet alleen meer in haar moederland bekend –behalve Portugal heeft ze ook in de VS, Luxemburg, België, Tsjechië en Zwitserland opgetreden, waar ze een blijvende indruk achtergelaten heeft.
Op 6-jarige leeftijd begint Ana Laíns al met zingen. Al vroeg ontdekt deze artieste uit Tomar haar aangeboren talent voor muziek en op haar 15e zingt ze dan ook haar eerste echte fado. Nadat ze de welbekende “Grande Noite do Fado” van Lissabon wint in 1999, neemt haar leven een serieuze ommekeer en stort zij zich volledig op haar muzikale carrière. In 2000 gaat ze voor de eerste keer echt de studio in, waarna haar nummers op meerdere compilatie cd’s worden geplaatst. Eind 2005 voelt Ana dat ze genoeg gegroeid is om haar debuutalbum op te nemen. Dit met de hulp van Diogo Clemente als muzikaal leider en producent. In april 2006 verschijnt het debuutalbum Sentidos – een plaat waarop ze teksten uit bekende Portugese gedichten op muziek heeft gezet.
Quatro Caminhos, waarvan wederom Diogo Clemente de productie heeft gedaan, valt samen met haar 10 jarig jubileum als zangeres. Op dit album hoor je heel duidelijk haar passie voor de fado en de traditionele muziek. Wat betreft de teksten is deze plaat een combinatie geworden van bekende gedichten en zelfgeschreven teksten. Bij de gedichten viel de keuze op die van Natália Correia, de uit Uruguay afkomstige Rúben Dario en de Brazilaan Carlos Drummon de Andrade. Verder debuteert ze op deze plaat dus ook als tekstschrijfster, met een ode aan de fado met het nummer “Não Sou Nascida do Fado” (Ik ben niet geboren uit de fado).
“Ik ben dochter van een fantastisch land, met een inspirerende rijke muzikale cultuur. Ik ben het resultaat van deze liefde voor de Portugese cultuur, die in de loop van de geschiedenis heeft bewezen dat je een identiteit met veel kleuren kunt bezitten.” – Ana Laíns
|
| |
 |
| |
|
The Real Tuesday Weld - Songs For The Last Werewolf
Het album Songs For The Last Werewolf van The Real Tuesday Weld neemt het boek van Glen Duncan (The Last Werewolf) als leidraad voor een groot emotioneel cabaret, op maat gemaakt voor de Itunes generatie. De CD is zowel een uitgesproken soundtrack als een afwisselende playlist voor de liefhebber van eclectische muziek, dit alles binnen het door de band zelfgecreëerde genre ‘Antique Beat’. De grote thema’s uit het boek (geweld, vriendschap, transformaties, Londen, liefde en verraad) zijn omgezet tot een verzameling liedjes die omlijst wordt door stemmen en voorlezingen uit de tekst.
Zoals altijd bij een album van The Real Tuesday Weld omvatten de individuele nummers een groot spectrum aan verschillende stijlen. Het gaat van jaren 30 ballads en ‘torch songs’ (ofwel protestliederen) tot zigeunerjazz tot electro-swing en minimal electro. De sfeer van het verhaal haalt invloeden uit composities van verschillende muzikale grootheden zoals Gainsbourg, Chopin, Django Reinhardt, Cole Porter, Springsteen, Barry Adamson en Tom Waits. The Real Tuesday Weld bestaat uit frontman Stephen Coates (zang, electronics, sampler), Jacques Van Rhijn (klarinet), Clive Painter (gitaar), Don Brosnan (bas), Jed Woodhouse (percussie) en Geri McEwan (viool en zang). De naam van de band is gebaseerd op een aantal surrealistische dromen, waarin Stephen Coates bezoek kreeg van de legendarische Engelse zanger Al Bowlly en voormalig actrice Tuesday Weld. Op dit album zijn ook veel gastvocalisten aanwezig, onder andere The Puppini Sisters, Joe Guillotine, Pinkie Maclure en Piney Gir. De samenwerking tussen Glen Duncan en Stephen Coates (goede vrienden en vroegere huisgenoten) kwam al eerder tot stand bij het erg goed ontvangen I, Lucifer (2004) waaruit een zeer gevierd animatiefilm vloeide, winnaar van meerdere awards, de film Bathtime in Clerkenwell.
|
| |
 |
| |
|
Tcheka -Dor De Mar
Gitarist/zanger Manuel Lopes Andrade, aka Tcheka, is een sleutelfiguur in de Kaap-Verdische muziek van de afgelopen 10 jaar. Na veel lof in zowel Europa, Afrika als zijn moederland werkte Tcheka een aantal jaren aan de twaalf nummers op zijn nieuwste album, Dor de Mar. Op deze opvallend volwassen plaat mengt hij onconventionele songteksten met zeer scherpe en stevige vocalen. Dor de Mar is geproduceerd door José da Silva, (werkte al eerder met o.a. Cesaria Evora en Lura), en Tcheka wordt hierop bijgestaan door virtuoze muzikanten als bassist Guy N’Sangué en accordeonist Régis Gizavo.
De titel Dor de Mar ("Verdriet van de zee") weerspiegelt de milieuproblemen waar Tcheka zich zorgen over maakt. Het is een album geworden dat allerlei grote thema’s aanstipt: Tcheka en Salif Keita zijn samen te horen op "Pexera Porto", een lied dat vertelt over de harde sociale werkelijkheid van de Kaapverdische vissers die hij zo goed kent. De nummers "Primeru Djobi" of "Storia Estrada" weerspiegelen de problemen uit de samenleving, maar er zijn ook nummers over respect "Fla Mantenha" en liefde "Faka na Prega". Er is een prachtige ode aan de vrouwen van de Kaapverdische eilanden: "Forti Bu Dan Cu Stango" - en een lied over het verlies van een geliefd persoon: "Madalena'. "Antuneku", een roerend pleidooi voor standvastige vriendschap met lichte melancholische zang en, en "Tchoro Na Morte", het snikkend rouwen om het verlies van een dierbare.
Met deze plaat, die barst van de energie, levenslustigheid en maatschappelijke en sociale betrokkenheid, heeft de getalenteerde Tcheka zijn reputatie als een van de grootste mannelijke artiesten in de Kaapverdische muziek weer weten waar te maken, en treedt hij duidelijk in de voetsporen van Teofilo Chantre en Bau.
|
| |
 |
| |
|
Stef Bos - Minder Meer
Met de CD Minder Meer is Stef Bos terug in het hier en nu en in zijn moedertaal. Na muzikale omzwervingen in het Afrikaans (Kloofstraat 2010) en een thematisch album met groot orkest (In een ander licht 2009) voegt hij met deze verzameling nieuwe songs een volgend hoofdstuk toe aan zijn Nederlandstalige werk.
De teksten en de muziek ontstonden en ontwikkelden zich vanaf 2009 o.a. op de diverse theaterpodia van Nederland en België.
Het muzikale deel veelal in samenwerking met zijn band tijdens twee concertreeksen, waarin het spelen van nieuw werk centraal stond. De sound en de sterke samenhang van zijn band bepalen het gezicht van dit album. De songs werden doorgaans in één take opgenomen zonder er al teveel aan toe te voegen nadien. De bedoeling was om een eerlijke en transparante kleur te zoeken. De titeltrack is de eerste single van dit album.
Sneeuw is een lied dat in opdracht werd geschreven voor een Belgisch initiatief dat songwriters vraagt een lied te schrijven over de psychiatrie.
Nachtlied, Wat het ook is en Vaarwel zijn songs over de liefde vanuit verschillende invalshoeken.
In Dia de la Muerte vangt hij de sfeer van het ‘Feest van de dood’ zoals dat in Mexico jaarlijks gevierd wordt rond Allerheiligen. Het feest waar de dood zich ontdoet van het macabare en waarbij de doden op bezoek komen bij de levenden en visa versa.
Mozambiek is een reisimpressie.
Minder Meer, Voltaire en Het midden zijn songs waarin een commentaar hoorbaar is over het hier en nu in de lage landen.
De Bron en De omgekeerde tijd zijn filosofisch getinte miniaturen.
|
| |
 |
| |
|
Chris Peeters - My Name Is Chris
”My Name is Chris, my folks did the best they could” zingt Chris Peeters met een knipoog in de titelsong van haar debuutalbum My Name Is Chris. Hiermee zet ze meteen de toon voor een cd vol met een beetje gekke, ontroerende liedjes, waar overal een glimlach in doorklinkt. Op haar album combineert ze luchtige swing met een spicy, stuwende pop sound. Haar voorliefde voor een eerlijke en intuïtieve benadering van muziek vertaalt ze bij het opnemen van haar plaat door het hele album live met de band vast te leggen.
My Name Is Chris bevat 13 liedjes met in ieder haar originele kijk op alledaagse dingen. Alle liedjes hebben een luchtigheid, vrolijkheid in zich; óók degene die pijn beschrijven. In You Let Me Down laat ze bijvoorbeeld horen dat melancholische pijn ook een hele mooie kant kan hebben. In Chris’ Blues stelt ze zich in feite aan je voor met haar motto ‘A Little Strange is Good’ (zie videoclip!), en haar liefde voor dansen komt goed naar voren in het swingende It’s Love. Stilistische iconen als Marlene Dietrich, Fred Astaire en Audrey Hepburn inspireerden haar tot het maken van Suit, een ode aan hun tijdloze stijl. De Franse track La Valse des Lilas toont haar verbondenheid met deze taal – ze zat eerder al in een band waarin ze louter Franse nummers zong. Op deze manier komt ze in elk nummer weer met een stukje van zichzelf, wat het album tot een klein, intrigerend dagboekje maakt!
Chris groeide op met jazz. Zangeressen zoals Anita O’Day, Madeleine Peyroux, Billie Holiday en Blossom Dearie zijn haar voorbeelden. Afgestudeerd in de richting jazz zang aan het Rotterdams Conservatorium, vervolgt ze eigenzinnig haar weg als vocalist en songwriter. IJzersterke timing en loepzuivere melodieën zijn haar handelsmerk.
Voor deze cd bundelde ze haar krachten met producer Dennis Kolen (Wyatt, Dennis Kolen, Stefan Schill) en mixer Huub Reijnders (Bløf, Giovanca, Valerius).Met subtiele, warme vertolkingen brengt ze het publiek in vervoering. Inmiddels heeft Chris zich ontpopt tot muzikant met een geheel eigen geluid en visie.
Chris Peeters zong op jazzfestivals in Costa Mesa (USA), Breda, Frankfurt (D), Wageningen, Eindhoven, Den Bosch, Praag (CZ) en North Sea Jazz Den Haag. Afgelopen juni won ze de Japanse ‘Kobe Jazz Award’ en ze speede in oktober op het ‘Kobe Jazz Street Festival’.
|
| |
 |
| |
|
Wouter Hamel - Lohengrin
'Lohengrin' is de opvolger van het album 'Nobody's Tune' uit 2010 en belooft Hamel's meest persoonlijke plaat tot nu toe te worden.
Na twee albums met vaste producer Benny Sings, produceerde Hamel zijn plaat voor het eerst zelf. Ook het afscheid van vaste pianist Pieter de Graaf en de nieuwe samenwerking met Thierry Castel maakten de totstandkoming van 'Lohengrin' tot een unieke ervaring.
Deze ontwikkelingen betekenden een nieuwe start, maar gaven Wouter Hamel ook de vrijheid om geheel op zijn gehoor en hart te vertrouwen, nieuwe terreinen te verkennen en te experimenteren met andere genres en technieken.
Het resultaat is een even verrassend als afwisselend album, met als eerste wapenfeit de single Demise.
|
| |
 |
| |
|
La Chiva Gantiva - Pelao
Crammed Discs komt weer met een nieuw, uniek project: La Chiva Gantiva met hun debuut album Pelao. Pelao (wat zowel ‘kind’, ‘haarloos’ als ‘blut’ betekent) bevat 11 nummers, gezongen in Spaans, Frans en soms in een rare mengeling van deze twee talen. In de teksten proberen ze de typische clichés tegen te gaan die men over de Latijns-Amerikaanse cultuur heeft.
Het verhaal van La Chiva Gantiva start in Brussel als een groep Colombiaanse percussionisten met elkaar begint te spelen, om zich dichter bij hun moederland en haar rijke muziekcultuur te voelen.
In de muziek reproduceren ze veel traditionele Colombiaanse ritmes, zoals minder bekende ritmes als de champeta, de chirimia en de mapalé. Ook gebruikt La Chiva Gantiva traditionele Colombiaanse instrumenten als la tambora, el alegre, el llamador en macarones, in combinatie met instrumenten als basgitaar, klarinet en saxofoon. De muziek wordt beïnvloed door een breed scala aan genres, van Colombiaans (Toto la Momposina, Lucho Bermudez), Latin (Fania All Stars), Afrikaans (Fela Kuti en Tony Allen), funk (James Brown) tot rock (Red Hot Chili Peppers en Rage Against the Machine), wat weerspiegelt in de samenstelling van de groep. Naast de drie Colombianen zijn de andere bandleden namelijk Frans, Vlaams en Vietnamees. Het resultaat van deze culturele soundclash is een unieke muzikale stijl en een explosieve liveshow waarmee ze hun plek hebben verworven op podia van de grootste Europese festivals (onlangs gaven ze nog een veelbesproken optreden bij de Nijmeegse Vierdaagse!). Pelao is geproduceerd door Richard Blair, een Engelse producer woonachtig in Colombia. Naast zijn werk als geluidstechnicus voor Peter Gabriel (“Us” & “Blood of Eden”), is Blair met zijn project Sidestepper een van de grote mannen in de Colombiaanse digitale Cumbia scene. De gemeenschappelijke inspiratiebronnen van deze producer en de band en de ironie van de omgekeerde immigraties (de Colombianen in Brussel en de Engelsman in Bogota), zorgen voor een perfecte samenwerking.
|
| |
 |
| |
|
Fernando Lameirinhas - Eterno
Eterno, voor Fernando de eeuwige cyclus van alle dingen in het leven, is de titel van het nieuwe album van de meester-vertolker van het Portugese levenslied Fernando Lameirinhas, dat begin september uit gaat komen.
Lameirinhas kwam de afgelopen jaren zowel in aanraking met het verlies van dierbaren als met de geboorte van nieuw leven. Wat doet dit met je, hoe geef je het een plek en wat gebeurt er als een belangrijke schakel in je familie wegvalt of er juist een bij komt? Na ruim vijftig jaar ervaring in het vak én in het leven, is er weer een nieuwe fase aangebroken in het leven van Fernando Lameirinhas.
In zijn geheel eigen stijl, mengt Fernando zijn Portugese muziek met muziek uit andere genres en culturen. Hierbij durft de charmante zanger het op Eterno nu ook aan om een kleine stap te zetten richting het Nederlandse repertoire. Na voorzichtige eerste duetten met onder andere Stef Bos (Hier en Ericeira, album Anaina) en Raymond van het Groenewoud (theatervoorstelling Dos Trovadores) komt hij op Eterno met een geheel Nederlandse hommage aan Toon Hermans, namelijk het nummer Lieverd. Ook op deze cd heeft Lameirinhas weer hulp van geweldige gastmuzikanten: Saudade do futuro en O teatro da esquina worden begeleid door Eric Vloeimans, en er staan twee prachtige duetten op met Paul de Munnik - Valsa lua en Outono, en Esperanca en Solidão ken je misschien nog uit de Cape Connection voorstelling van vorig jaar. Natuurlijk zijn Fernando’s broer Antonio Lameirinhas en pianist Juan Pablo Dobal weer van de partij.
Dominante thema’s als de liefde en de dood staan centraal op dit album. Zo bezingt hij in het beginnummer Gente het gevoel als je hoort dat een dierbare ernstig ziek is, en sluit hij de cd af met het nummer É Bonito, dat juist weer over de schoonheid van jonge en oude liefdes gaat. Eterno is als een nieuwe kijk op de levenscyclus. Als voorwoord in de CD een bijzonder, autobiografisch, speciaal voor de Lameirinhas’ geschreven eerste sonnet ooit van de Portugese schrijver Rentes de Carvalho: The Borinage Kids. Fernando is met E Terno het komende seizoen ook weer in veel theaters te bewonderen.
|
| |
 |
| |
|
Megafaun - Megafaun
Megafaun komt met de opvolger van hun alom geprezen album Gather, Form & Fly, het zelfgetitelde album Megafaun. Om de muziek van Megafaun in een genre te plaatsen zou zinloos zijn. Dit nieuwe album bevat 14 tracks variërend van rauwe, niet ge¬haaste rock & roll tot kakofonische percussieve ontploffingen, van koperen instrumentale free jazz tot zware delta blues.
De bandleden hebben eind vorig jaar het album opgenomen in April Base in Fall Creek, Wisconsin, in de studio van voormalig bandlid Justin Vernon (Bon Iver) . Ze hebben het album samen met BJ Burton geproduceerd, die ook samenwerkt met the Rosebuds en Annuals.
Het album opent met “Real Slow”, een gedurfde en emotionele verklaring over de groep en hun afkomst. Vanaf daar ontvouwt de CD zich in veel verschillende richtingen. Waar prachtige, aardse melodieën uitgroeien tot verontrustende maatsoorten en werve¬lende elektronische soundscapes.
Alle bandleden komen uit het kleine plaatsje Eau Claire in Wisconsin. Eerder vormden zij de band DeYarmond Edison samen met Justin Vernon, en verhuisden allemaal naar North Carolina. Toen de band in 2006 uit elkaar ging rolde hier zowel Bon Iver als Megafaun uit: twee van de meest gewaardeerde indie projecten van de afgelopen jaren. Rondom de releases van hun vorige twee LP’S en EP toerden ze door heel Amerika en Europa met onder andere the Mountain Goats, Bowerbirds en Akron Family. Zowel Pitchfork als SPIN als Mojo waren lyrisch over hun vorige volledige album Gather, Form & Fly, dat belooft dus veel goeds voor deze meer dan volwaardige opvolger.
Megafaun zal dit najaar een aantal concerten doen in Nederland.
|
| |
 |
| |
|
Ana Popovic - Unconditional
Ana Popovic wordt veelal gezien als een van ’s werelds beste vrouwelijke gitaristen. Haar nieuwe album, Unconditional, is opgenomen in de beroemde Piety Street Studio in New Orleans en is haar zesde studio album. Het is geproduceerd door de Grammy Award winnende John Porter en Popovic zelf. “Ik heb in studio’s gestaan in eclectische steden als Memphis en LA, maar wilde altijd al naar New Orleans om iets te vangen van hun rijke muzikale geschiedenis” zegt de Servische Popovic. “Ik vind alles aan die stad geweldig – de sfeer, de mentaliteit, het optimisme en de gastvrijheid van de mensen. Ik denk dat dit het album op meer dan alleen muzikaal vlak heeft beïnvloed.”
Ana Popovic is onlangs als eregast verschenen bij BB King’s tour in Duitsland. Haar vorige studio album, Still Making History, stond 19 weken op nummer 3 in de US Billboard Blues charts. Op Unconditional hoor je meteen weer Ana’s virtuoze gitaarspel. Ze experimenteert met een mengeling van moderne en klassieke blues, wat het een zeer gewaagde en spannende plaat maakt. Op het album spelen verschillende topmuzikanten uit New Orleans mee, zoals de alom gewaardeerde slide-gitarist Sonny Landreth, de geweldige Jon Cleary en David Torkanowski op de Hammond B3 en piano, Calvin Turner op bas en Doug Belote op drums. Ook de onnavolgbare harpist Jason Ricci speelt op een aantal nummers mee. Van de twaalf nummers op dit album zijn er 8 van Ana zelf, en daarvan heeft ze er twee met haar schrijfpartner Mark van Meurs geschreven. Ook zitten er een paar klassiekers tussen geschreven door haar blueshelden zoals Koko Taylor, Buddy Guy, Otis Spann en Nina Simone.
“Met de titel Unconditional wil ik duidelijk maken wat ik op het podium ervaar. Het is een magische plek; alleen ik en mijn gitaar, mijn noten, mijn muziek. Ik laat me door de band opstijgen en krijg hier tomeloze energie door. Ik denk niet na tijdens het spelen, ik voel alleen. Muziek is unconditional, onvoorwaardelijk voor mij. Het is heilig en zonder grenzen. Ik stop alles wat ik heb erin en laat niemand hiertussen komen, behalve de mensen die me écht inspireren”.
|
| |
 |
| |
|
Sia Tolno - My Life
De Guinese Sia Tolno heeft geen makkelijk leven achter de rug. Geboren in Kissi, in het grensgebied met Sierra Leone en Liberia, ontkwam ze helaas niet aan het oorlogsgeweld. Toch hield ze van jongs af aan al van acteren en al snel maakte ze naam met haar foutloze manier van voordragen en haar eindeloze stembuigingen. Muziek was maar een kleine stap, die ze langzaam nam.
Hier en daar vroegen ze haar klassiekers op te voeren van grote artiesten in kleinkunsttheatertjes of café’s: de Nina Simone versie van Ne Me Quitte Pas of Piaf’s La Vie en Rose, geen nummers die in ieders bereik liggen. Deze vredige, anonieme routine had voor altijd door kunnen gaan, als ze niet ontdekt zou zijn door een producent die regelde dat ze haar eerste album kon gaan opnemen in 2002. Dit album won een Djembé d’Or award. Vanaf dat moment begint Sia Tolno eigen nummers te schrijven. My Life vertelt het verhaal van een nomadisch, stormachtig en rebels leven. Het toont het beeld van een vrouw die op haar plek terecht is gekomen door keihard te vechten en door te zetten om haar dromen te verwezenlijken. Ze speelt met de aanstekelijke ritmes van de dansen in kleine Afrikaanse dorpjes en gebruikt instrumenten als een Hammond orgel, saxofoon, Fulani fluit, elektrische gitaar en accordeon. Sia Tolno zegt dat ze geen reden heeft om treurig te zijn, en haar passie en levensvreugde weet ze dan ook feilloos over te brengen in nummers als Blamah Blamah en Aya Ye. Zoals haar oudere zusters Miriam Makeba, Angélique Kidjo en Oumou Sangaré brengt Sia Tolno via haar muziek een ongelooflijke strijdkracht over en maakt het tegelijkertijd haar taak om mensen ook het plezier in het leven te laten zien. My Life laat haar luisteraars achter met een sterker en levenslustiger gevoel.
|
| |
 |
| |
|
Alex Cortiz - Camera 707
Camera 707 is een terugkeer naar de roots van Alex Cortiz, namelijk groovy downtempo, met hier en daar een lichte latin touch. De sound waarmee hij begon, sterk aanwezig op zijn eerste 4 albums.
Met zijn achtste album Camera 707 wil de Nederlander vooral een sfeer van strand, reizen, bars en nachtclubs - een cosmopolitisch gevoel - vastleggen. Spannende downtempo, met een randje bossa nova, dubby jazz en een aangename dosis sexy, lui wiegende uptempo. Dat alles geserveerd met een 'bite'. Dat beetje, die karakteristieke Alex-bite, is belangrijk.
Alex Cortiz is het alter ego van Aad de Mooy, een van de sleutelfiguren van de Nederlandse dance scene in de 90-er jaren. Uit zijn koker komt D-Shake's "Yaaah/Technotrance", de eerste grote internationale Nederlandse house hit (1990). Met dit nummer zette hij Nederland op de internationale dance-kaart . Sindsdien is hij in veel stijlen en onder wisselende namen actief geweest, hetgeen resulteerde in projecten als Flygang (old school disco) en Paradise 3001 (slowgrooves/dub).
In 1998 verscheen zijn debuut als Alex Cortiz en was De Mooy ook internationaal een van de eersten die zich expliciet op downtempo concentreerde. Hij kon zich al snel meten met grote namen als Kruder & Dorfmeister, Air en Sven van Hees. Ook staan er veel nummers van Alex Cortiz op gerenommeerde compilaties als Supperclub, Oasis del Mar, Purobeach, MTV Lounge, Private Lounge, Sinners Lounge en Black Coffee. Ook werd zijn muziek gebruikt in verschillende reclames en in populaire series als Nip/Tuck en Sex and the City.
Op Camera 707 maakt Alex veel gebruik van sfeerelementen (zee, regen, flightcalls) om het ultieme zomergevoel te creëren. Met een beetje verbeelding kun je het album als een reis zien, van het strandgevoel in de openingstrack Black beach, geïnspireerd op Danny Boyle's film The Beach, tot het afsluitende nummer LA nighdrive, dat de opwinding van een dansvloer oproept. Mooie tussenstops zijn Handful of sand, - lui met een groepje vrienden op het strand - en Pizza de atun con trozos de amor, waarin een sensuele R&B groove uitmondt in een opzwepende latin break.
|
| |
 |
| |
|
Hollie Cook - Hollie Cook
De zomer van 2011 verwelkomt het debuutalbum van Hollie Cook. Hollies zelfbedachte “Tropical pop” laat haar liefde voor reggae en de klassieke jaren 60 meidengroep sound duidelijk blijken. Dit album is geproduceerd door goede vriend en producer Mike Pelanconi, ook bekend als Prince Fatty, die eerder werkte met namen als A Tribe Called Quest, Pharcyde, Lily Allen, Kula Shaker en The Sugarhill Gang. Haar debuutsingle That Very Night wordt op dit moment al veel gedraaid bij diverse Britse radiostations. Het album bevat ook een cover van the Shangri-Las’ Walking in the Sand, door Hollie overgoten met haar “Tropical pop” sausje.
Hollie Cook is geboren en getogen in West Londen in een huishouden waar muziek centraal stond. Met Paul Cook als vader, drummer van the Sex Pistols, is muziek haar met de paplepel ingegoten. Ze had al vroeg affiniteit met de muziek van David Bowie, Marc Bolan en The Cure.
Ze begon op jonge leeftijd als actrice, model en zangeres, maar al snel kwam ze er achter dat muziek haar echte grote passie was. Vriendin van de familie Ari Up, zangeres van de punkrockband the Slits, vroeg of Hollie de backingvocals op hun nieuwe album wilde verzorgen. Zo zong ze op de EP Revenge of Killer Slits, waarop ze besloot om van school te gaan zodat ze kon toeren met de band. Hollie Cook was nu een officiële “Slit”. Ze werd al snel de tweede stem en ook bij de opnames van het tweede album, dat in LA werd opgenomen, was Hollie duidelijk aanwezig. Ze verzorgde op het album naast zang ook keyboards, en haar eigen geschreven nummer Cry kwam zelfs op het album terecht.
Meer samenwerkingen volgden al snel. Ze zong een duet met Jamie T op zijn EP Chaka Demus, met Ian Brown op The World Is Yours, en als hoogtepunt de samenwerking met Prince Fatty’s underground reggae hit Milk and Honey. De single werd vol lof ontvangen door de Britse radio en kwam zelfs voorbij in Grey’s Anatomy. Ze is nu bezig met een samenwerking met The Rotten Hill Gang en zal in april op tournee gaan met Gary Stonadge van Big Audio Dynamite.
“Dit debuutalbum kan wel eens een van de hoogtepunten van het jaar worden”.
John Kennedy in Dazed & Confused
|
| |
 |
| |
|
Vieux Farka Touré - The Secret
Met zijn optreden voor een miljoenenpubliek bij “The World Cup” in Johannesburg in 2010, was de uit Mali afkomstige Vieux Farka Touré in een klap een van de meest gerespecteerde artiesten uit Afrika.
Met zijn laatste studioalbum Fondo heeft hij zichzelf al flink bewezen en is hij voorgoed uit de schaduw van zijn beroemde en geliefde vader, Ali Farka Touré, getreden. Zijn nieuwste album The Secret is een zeer vernieuwend en dus risicovol project, maar wordt daarom ook unaniem geprezen tot een van de beste releases van dit jaar, The Secret is geproduceerd door Soulive’s Eric Krasno en bevat gitaargrootheden als Derek Trucks (Allman Brothers Band) & John Scofield en zelfs een inspirerende samenwerking met niemand minder dan Dave Matthews.
“Ik ben zo vereerd dat Dave Matthews heeft meegewerkt aan dit album”, zegt Vieux, “Zijn stem is uniek! Na het luisteren van de eerste opnames hoorde ik gelijk de Afrikaan in Dave”.
Derek Trucks, bekend van the Allman Brothers Band, wordt gezien als een van de beste slide gitaristen van deze tijd. Zijn samenwerking op het nummer Aigna zorgt voor een zeer aanstekelijk nummer dat uit je speakers knalt. “Ik was niet zeker hoe hij zou reageren op mijn Malische sound, maar hij pikte het direct op” , zegt Vieux. “Hij is een ware grootheid onder de gitaristen” . John Scofield voegt een Oosters tintje toe aan de upbeat track Gido, "Zijn concentratie was zo diep, maar toch ook zo licht".
Vieux Farka Touré zorgt er steeds meer voor dat er een brug geslagen wordt tussen de Amerikaanse en Afrikaanse blues en verdere muziekcultuur. Waarbij vele Malinezen de keuze van Vieux’ muziekstijl in eerste instantie niet begrepen, doordat hij zich durfde los te maken van de traditionele muziek van onder andere zijn vader, zien ze nu dat hij een muziek ambassadeur is geworden die de Afrikaanse cultuur wereldwijd op een fantastische manier op de kaart zet.
|
| |
 |
| |
|
Las Hermanas Caronni - Bagüala de La Siesta
Deze Argentijnse dames zijn tien minuten na elkaar geboren en komen uit een muzikale familie waar iedereen zingt en instrumenten bespeelt. Hun grootmoeder speelde meerdere tango’s uit haar hoofd, hun vader zong vaak zijn liederen uit Italië, hun neefjes speelden gitaarliederen rond het kampvuur en dan hebben ze ook nog een alom geprezen pianist als oom, een emigrant uit Italië. De zusjes hebben muziek dus echt met de paplepel ingegoten gekregen.
Eind jaren ‘90 vertrokken Laura en Gianna Caronni, een paar maanden na elkaar, richting Europa om er hun muzikale studie te vervolgen. Deze hadden ze in Paranà (hun geboortestad) gestart en in Buenos Aires voortgezet. In Frankrijk perfectioneerden ze hun techniek met minder klassieke invloeden. In deze tijd legden ze veel contacten in de muziekwereld en al gauw toerden ze over de hele wereld met dansers, theaterstukken, dichters en poppenspelers. Zo bepaalden ze beetje bij beetje hun muzikale richting en schreven steeds meer hun eigen materiaal.
Vanaf 2004 vallen ze steeds meer op in de internationale muziekscene en nu is het tijd voor hun eerste eigen album. Bagüala de La Siesta gaat voornamelijk over familie en hun moederland Argentinië: het land van hun jeugd en herinneringen, waar ze altijd naar blijven verlangen. Zoals een rivier in de stroming van de oceaan verdwijnt, zo word je als luisteraar meegenomen op een reis langs de dertien stukken op dit album, voornamelijk geschreven door de zusjes zelf. De traditionele Argentijnse ritmes zijn verweven met muzikale invloeden uit o.a. Brazilië, Spanje en Afrika. De rijke tonen van hun cello en klarinetspel vloeien feilloos door elkaar heen en worden versterkt door de stemmen van de zusjes. Laura en Gianna Caronni zijn veelal beïnvloed door klassieke Zuid-Amerikaanse tekstschrijvers, zangers en muzikanten als Atahualpa Yupanqui, Alfredo Zitarrosa en Homero Exposito. Ook erg belangrijk waren hun grootouders, wiens invloeden en herinneringen voortleven in hun tango’s en liedteksten.
Het album bevat uitingen van de vrijheid die ze voelden toen ze hun vroegere muzikale oorsprong verlieten. De muziek die zo ver weg lijkt, maar toch ook zo dichtbij. Net als Argentinië…
|
| |
 |
| |
|
Staff Benda Bilili
Staff Benda Bilili is vast niet iets dat je ooit eerder gezien of gehoord hebt. Een groep straatmuzikanten die allemaal deels verlamd zijn en leven op en rond het terrein van de dierentuin van Kinsjasa (Congo) maakt muziek met een verbazingwekkende kracht en schoonheid.
De fascinerende in de rumba gewortelde grooves met vibrerende vocalen doen soms denken aan Cubaanse nostalgie en op andere momenten aan Mr. Dynamite himself. Je kunt echo’s horen van old-school Rhythm and Blues, van reggae en dan weer van onweerstaanbare funk.
Vier senioren (zangers/gitaristen), op spectaculaire aangepaste driewielers, soms dansend op de vloer van het podium, met de armen uit blijdschap omhoog geheven, zijn de kern van de band. Gesteund door een jongere, geheel akoestische ritme sectie met verpletterende beats. Hier bovenop komen nog de vreemde, besmettelijke gitaarachtige solos, uitgevoerd door een 17 jaar oud wonder. Uitgevoerd op een één-snarige elektrische luit die hij zelf heeft ontworpen en gebouwd uit een blikje. Onthaal alstublieft het fascinerende en geweldige geluid vol soul van Staff Benda Bilili.
Staff Benda Bilili beschouwen zichzelf als de echte journalisten van Kinsjasa, omdat hun nummers gebeurtenissen uit het dagelijks leven documenteren en becommentariëren en daarnaast advies geven. De tekst van een liedje adviseert om te vaccineren tegen polio en een andere zegt dat de enige echte handicaps niet in het lichaam zitten, maar in het verstand.
|
| |
 |
| |
|
Frank Boeijen “Genade¨- Boek mét nieuwe CD!
Ruim drie decennia staat Frank Boeijen aan de absolute top van de Nederlandstalige popmuziek. Veel van zijn liederen roepen persoonlijke beelden op. Het leven, de liefde, vriendschappen, muziek: niets heeft betekenis zonder een verleden.
In dit boek onderneemt Frank Boeijen een gepassioneerde zoektocht naar zijn wortels. In de landschappen van de Lage Landen herkent de zanger van klassieke liederen als Vaderland, De verzoening, Zwart-Wit, Kronenburgpark, Zeg me dat het niet zo is en Koud in mijn hart de beelden die zijn leven en werk hebben bepaald. Van de rust en de weemoed van het Gelderse landschap tot het eeuwenoude mysterie van het middeleeuwse Brugge en het uitgestrekte Noordzeestrand.
De foto’s van Károly Effenberger brengen in dit prachtige boek de plekken, steden en landschappen waar de muziek van Frank Boeijen is ontstaan tot leven. Ze vormen het alfa en het omega van de zanger en zijn voor hem geworden tot ‘landschappen van genade’.
|
| |
 |
| |
|
Dulce Pontes - Momentos
De CD Lágrimas (met de gigantische hit Canção do Mar, die kon rekenen op enorm veel media aandacht in Nederland) van Dulce Pontes was in 1995 de allereerste CD ooit die bij de toen net opgerichte platenmaatschappij Coast to Coast uitkwam. Daarna volgde nog Lusitana, Caminhos, de dubbel CD Brisa da Coração en Best of Dulce. De relatie met Dulce gaat dus ver terug. Nu, 15 jaar later worden de banden weer stevig aangehaald, want 7 mei komt haar nieuwste dubbelalbum “ Momentos” uit.
Op donderdag 17 juni geeft ze een eenmalig concert in Carré (Amsterdam).
Waarmee kan ze haar 20-jarige muzikale carrière beter vieren dan met een nieuw album.. Op Momentos staan een aantal van haar meest ontroerende momenten, live en in de studio opgenomen. Op harmonieuze en samenhangende wijze is de eerste CD overduidelijk Portugees en de tweede is meer internationaal van aard.
Uiteraard ontbreken haar meest bekende nummers niet op dit prachtige dubbelalbum.
Momentos is de optelsom van 20 jaar ervaring, waarvan een groot deel plaatsvond op podia over de hele wereld. Op dit album laat Dulce weer horen dat ze niet gauw tevreden is met haar werk. Een vriend van haar pianist Rui Filipe) vat het zo samen: “She puts herself into the mud”. Deze plaat is ontstaan vanuit de gedachte dat ze trots is om Portugese te zijn, zonder enige nationalistische pretenties.
|
| |
 |
| |
|
Hannelore Bedert - Uitgewist
Bijna 2,5 jaar na haar fel bejubelde debuutplaat Wat als komt de langverwachte tweede CD UITGEWIST uit. Hannelore werd de afgelopen jaren meermaals de hemel in geprezen, maar wilde niet zomaar een nieuwe plaat uitbrengen. Het moest een album worden dat gelijkwaardig is aan de eerste. Niet zomaar een oefening in herhaling, maar een gevolg van 2 jaar intensief spelen, zoeken en schrijven. En tijd nemen loont vaak de moeite. Met haar vaste ploegje muzikanten trok ze zich terug in Studio Dada te Brussel. Luc Weytjens produceerde de plaat, iemand die helemaal op dezelfde lijn zat als Hannelore, durfde mee te gaan in haar “wereldje” en goed begreep waar haar teksten over gaan. Uitgewist klinkt meer als één geheel, echt als een eenheid, minder "meisje", harder én zachter tegelijkertijd, maar nog steeds met teksten die naar de strot grijpen. De albumtitel is tevens het laatste lied op de plaat. “Want ik hoef niet alleen / Ik heb mij vergist / De teller op nul / Alles is uitgewist / Zijt ge al terug.” Track 5 Boemerang is de eerste single.
|
| |
 |
| |
|